NL/BG 3.13

Revision as of 11:50, 19 September 2017 by Harikirtandasa (talk | contribs) (Bhagavad-gita Compile Form edit)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
Его Божественная Милость А.Ч. Бхактиведанта Свами Прабхупада


TEXT 13

yajña-śiṣṭāśinaḥ santo, mucyante sarva-kilbiṣaiḥ
bhuñjate te tv aghaṁ pāpā, ye pacanty ātma-kāraṇāt

Synoniemen

yajña-śiṣṭa — van voedsel dat gegeten wordt na het brengen van yajña; aśinaḥ — eters; santaḥ — de toegewijden; mucyante — worden bevrijd; sarva — allerlei soorten; kilbiṣaiḥ — van zonden; bhuñjate — genieten; te — zij; tu — maar; agham — ernstige zonden; pāpāḥ — zondaars; ye — die; pacanti — bereiden voedsel; ātma-kāraṇāt — voor zinsbevrediging.

Vertaling

‘De toegewijden van de Heer worden van allerlei soorten zonden bevrijd, omdat ze voedsel eten dat eerst geofferd is. Maar anderen, die voedsel bereiden voor persoonlijke zinsbevrediging, eten beslist uitsluitend zonde.’

Commentaar

De toegewijden van de Allerhoogste Heer of zij die Kṛṣṇa-bewust zijn worden santa’s genoemd en ze zijn altijd vol liefde voor de Heer, zoals beschreven wordt in de Brahma-saṁhitā (5.38): premāñjana-cchurita-bhakti-vilocanena santaḥ sadaiva hṛdayeṣu vilokayanti. De santa’s, die altijd een liefdesband hebben met de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, die bekendstaat als Govinda (Hij die alle vreugde geeft), Mukunda (Hij die bevrijding geeft) en Kṛṣṇa (de alaantrekkelijke persoon), aanvaarden niets zonder het eerst aan de Allerhoogste Persoon te offeren. Zulke toegewijden verrichten daarom altijd yajña’s in de vorm van de verschillende onderdelen van devotionele dienst zoals śravaṇaṁ, kīrtanaṁ, smaraṇam, arcanam enz., en door die yajña’s te verrichten blijven ze altijd onaangedaan door allerlei onzuiverheden van zondige invloeden in de materiële wereld. Anderen, die voedsel bereiden voor hun eigen zinsbevrediging, zijn niet alleen dieven, maar eten ook allerlei soorten zonden. Hoe kan iemand gelukkig zijn als hij zowel een dief als een zondaar is? Dat is niet mogelijk. Als mensen in alle opzichten gelukkig willen worden, moet hen worden geleerd hoe ze in volledig Kṛṣṇa-bewustzijn het eenvoudige proces van het saṅkīrtana-yajña kunnen verrichten; er kan anders geen vrede of geluk zijn in de wereld.