NL/BG 6.32

Revision as of 17:22, 24 September 2017 by Harikirtandasa (talk | contribs) (Bhagavad-gita Compile Form edit)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
Его Божественная Милость А.Ч. Бхактиведанта Свами Прабхупада


VERS 32

ātmaupamyena sarvatra, samaṁ paśyati yo ’rjuna
sukhaṁ vā yadi vā duḥkhaṁ, sa yogī paramo mataḥ

WOORD-VOOR-WOORD-VERTALINGEN

ātma — met zijn zelf; aupamyena — door vergelijking; sarvatra — overal; samam — gelijkelijk; paśyati — ziet; yaḥ — hij die; arjuna — o Arjuna; sukham — geluk; vā — of; yadi — als; vā — of; duḥkham — verdriet; saḥ — zo’n; yogī — een transcendentalist; paramaḥ — volmaakt; mataḥ — wordt beschouwd.

VERTALING

De volmaakte yogī is degene die door vergelijking met zichzelf de ware gelijkheid van alle wezens ziet, zowel tijdens hun geluk als hun verdriet, o Arjuna!

COMMENTAAR

Wie Kṛṣṇa-bewust is, is een perfecte yogī; hij is zich bewust van ieders geluk en verdriet door zijn eigen persoonlijke ervaring. De oorzaak van de ellende van een levend wezen is dat het zijn relatie met God vergeten is. Maar de oorzaak van geluk is het besef dat Kṛṣṇa de allerhoogste genieter van alle activiteiten van het menselijk wezen is, de eigenaar van alle landen en planeten en de oprechtste vriend van alle levende wezens. De perfecte yogī weet dat het levend wezen dat door de hoedanigheden van de materiële natuur geconditioneerd is, onderhevig is aan de drievoudige materiële ellende doordat het zijn relatie met Kṛṣṇa is vergeten. Wie Kṛṣṇa-bewust is en daardoor gelukkig, probeert de kennis van Kṛṣṇa overal te verspreiden.

Omdat de perfecte yogī iedereen probeert te laten inzien wat het belang is van Kṛṣṇa-bewust worden, is hij de beste filantroop ter wereld en de dienaar die de Heer het dierbaarst is. Na ca tasmān manuṣyeṣu kaścin me priya-kṛttamaḥ (Bg. 18.69). Met andere woorden, een toegewijde van de Heer denkt altijd aan het welzijn van alle levende wezens en op deze manier is hij daadwerkelijk de vriend van iedereen. Hij is de beste yogī omdat hij niet alleen naar zijn eigen perfectie in yoga verlangt, maar ook moeite doet voor anderen. Hij is andere levende wezens niet kwaadgezind. Hier zien we het contrast tussen een zuivere toegewijde van de Heer en een yogī die alleen maar geïnteresseerd is in zijn persoonlijke verheffing. Een yogī die zich heeft teruggetrokken op een afgezonderde plaats om daar op een perfecte manier te mediteren, is misschien niet net zo volmaakt als een toegewijde die zijn best doet om iedereen tot Kṛṣṇa-bewustzijn te brengen.